Gevaar

Ik heb altijd wat gehad met gevaar. Dat komt door een lange lijst van factoren, die ik ook voor mijn eigen duidelijkheid, hier ‘even‘ opsom. In volkomen willekeurige volgorde. Ik heb wat met gevaar doordat ik:

  1. een man ben
  2. de diagnose ADHD heb
  3. een man met de diagnose ADHD ben
  4. graag motor heb gereden
  5. in de (staalconstructies) bouw heb gewerkt
  6. in mijn jonge jaren nogal onveilig heb gevreeën
  7. verkeersregelaar ben geweest
  8. vrijwilliger bij de Buurtpreventie ben
  9. vergeten ben welke gevaarlijke dingen ik vroeger met vuurwerk heb gedaan

Bij alle punten, ik ben er vast wel een paar vergeten, werd me altijd wel eens gevraagd of ik wel angst kende. Of ik wel eens bang was. En altijd, ook nu nog, heb ik geantwoord dat je heel goed gevaarlijke dingen kon doen, als je je angst goed kent. Angst maakte me voorzichtig, door angst bleef ik voorzichtig. Angst en gevaar zijn voor mij onlosmakelijk met elkaar verbonden als dag en nacht. Dus je kunt gerust stellen dat ik wat met angst heb. Door die lange lijst van gevaren en hoe ik ermee omging. Maar de angst was altijd op z’n zachtst te regelen. Hoe groter het gevaar, hoe groter de angst, des te voorzichtiger ik werd. In die volgorde. Dat heb ik ook geleerd bij de cursus VCA II. Maar, wat als nou het gevaar vrijwel onzichtbaar groot is? Te groot om je angst op in te stellen? Je onmeetbaar voorzichtig maakt? Die angst heb ik nu.

Gevaar, angst en voorzichtigheid

Neem nou het motorrijden. Ik heb drie jaar aan clubraces meegedaan, met mijn eigen motor op het circuit racen. Het eerste jaar was het in België, op een circuit met maar één dokter, die ook achter de bar stond, bij wijze van spreken. Het was best gevaarlijk, dus had ik angst, wat me voorzichtig maakte. Het tweede jaar reed ik de clubrace op Assen; het TT circuit. Bij elke bocht een gediplomeerde EHBO-er, twee trauma artsen stand-by, dus veilig. Zeker. Toch kreeg uitgerekend op dat veilige circuit een hobby mede-coureur een dodelijk ongeval. De gediplomeerde EHBO-er, twee trauma artsen en de aanwezige ambulance konden dit niet verhelpen.

Onze grootste angst, de grootste voorzichtigheid was niet genoeg. Nog zie ik de ambulance hard over het circuit naar de plaats des onheils rijden. De vriendin van de coureur stond in het rennerskwartier te kijken, ondertussen wetend dat haar vriend niet meer langs reed. We stelden haar gerust en vertelden haar over de gediplomeerde EHBO-er en de twee trauma artsen. Maar we verzwegen het feit dat de ambulance uit het zicht ter onverrichter zake was vertrokken en plaats maakte voor een grijze bestelwagen. Ik was de helft jonger dan ik nu ben; nog steeds ken ik gevaar, angst en voorzichtigheid.

Sirenes

In mijn herinnering was mijn laatste grootste dodelijke angst toen een totaal doorgesnoven tiener me in mijn rug schopte en dit graag op mijn hoofd voortzette. Mijn angst werd toen heel erg snel voorzichtigheid, de voorzichtigheid dat mijn collega buurtprevent de Politie al aan de lijn had. Maar de angst bleef hangen, ondanks mijn verdedigende houding en de urenlang durende vijf minuten voordat er een motoragent volgas de straat in kwam waar het allemaal gebeurde. De angst dat ik nu nog geen jongeren achter me kan hebben en ze wil aankijken, maakt me dus extra voorzichtig. Op de motor, in mijn werk, heeft gevaar een grote impact op mijn leven gehad. Instortende staalconstructies, ladders die onder me vandaan werden gereden, houten pallets die van vier meter hoog op mijn hoofd vielen, ik noem het allemaal even snel als ik het vergeten ben.

Maar laatst liep ik met mijn hond om middernacht door mijn geliefde woonwijk. Volle maan, bladstil en mijmeren. Ik had al heel veel keren binnen een fractie van een seconde dood kunnen zijn. Ondanks alle angst en voorzichtigheid, had mijn toenmalige vriendin op me staan wachten in het rennerskwartier, had mijn vrouw na een nachtdienst als buurtprevent zich afgevraagd waar die sirenes toch voor waren en waarom ik maar niet thuis kwam. En al die keren was de angst de leidraad van voorzichtigheid geweest en het onvermijdelijke niet kunnen voorkomen. Nu realiseer ik me dat ik het gevaar zie, dat het een naam heeft, dat ik angst ervoor heb en alle voorzichtigheid wel eens niet genoeg kan zijn.

Alleen en onzichtbaar sterven

Het gevaar heet coronavirus en mijn angst is dat je binnen twee á drie dagen in alle eenzaamheid er niet meer kunt zijn. Hoe voorzichtig je ook was, gelet op de mate van voorzichtigheid. Het gevaar dat je je zoon in Australië, je dochter vier straten verderop, je moeder na vijftien jaar, nooit meer ziet. De angst dat mijn vrouw helemaal alleen komt te staan bij het levenswerk van ons allebei. Het gevaar is voor mij nu dus onzichtbaar te groot geworden. Te groot om mijn angst op in te stellen. Onmeetbaar voorzichtig zijn, helpt misschien niet. De volgorde van omgaan met gevaar, mijn overlevingsstrategie, heb ik nu aangepast. Dus geen “hoe groter het gevaar, hoe groter de angst, des te voorzichtiger”. Nu het gevaar voor mij niet in omvang is te meten, is een onmeetbare angst niet een goede raadgever voor voorzichtigheid. Mijn overlevingsstrategie is nu realistisch veranderd in “het gevaar is te groot, berusting neemt de plaats in van angst en daardoor blijf ik des te voorzichtiger”.

Dus moet je nu niet meer bang zijn voor de gevaren van het coronavirus? Moet je het nu maar allemaal in berusting laten gebeuren? Nee, ik vind van niet. Mij helpt het dat je in alle angst van het gevaar, erkent, de voorzichtigheid in acht neemt die men je adviseert en in berusting verder moet leven. Ik blijf mezelf richten op het punt dat ik weet dat het gevaar wat me angst gaf geweken is. Ik blijf leven om met mijn vrouw later te kunnen zeggen “dat was een hele gevaarlijke en angstige tijd”. Ik probeer mensen om me heen ervan te overtuigen dat er van de vijftien waarmee ik werk, er minimaal vijftien straks, na de crisis, in alle veiligheid weer verder moeten met hun leven en het werk.

Ik heb altijd wat gehad met gevaar. Ik ben niet bang voor de dood, want die komt onvermijdelijk. Ik ben alleen bang om alleen en onzichtbaar te sterven. Ik ben nu zestig en weet zeker dat ik met mijn aanwezigheid hier op aarde een indruk heb achtergelaten. Maar, om een nog grotere indruk te kunnen maken, om niet alleen en onzichtbaar te sterven, ben ik zo voorzichtig mogelijk.

Peter J. Pakvis is 60 jaar, heeft een volwassen dochter en zoon en werkt nu tien jaar als ADHD coach en NLP practitioner. Daarnaast is hij een bekende Westlandse dichter. Samen met zijn vrouw Margriet heeft hij Stichting BAB opgericht, om de mensen met ADHD en ASS, en de rest van de wereld, bewust te maken van hun buitengewone eigenschappen.

Afbeelding: gedicht uit de bundel “Poetry Sucks” – Peter J. Pakvis

Gepubliceerd door babblogt

Wij zijn Stichting Buitengewoon Actieve Breinen. Als Stichting zijn we maatschappelijk betrokken en actief voor mensen met een diagnose ADHD/ASS en alles wat erbij komt. We zijn zelf mensen met een diagnose ADHD/ASS en alles wat erbij komt, dat is onze grootste motivatie.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

Maak je eigen website aan bij WordPress.com
Aan de slag
%d bloggers liken dit: